1
Maak een tartaar van de avocado. Maak de avocado schoon door hem rondom in te snijden tot aan de pit, de pit te verwijderen en het vruchtvlees met een lepel in een vloeiende beweging eruit te scheppen. Snijd daarna de avocado in gelijke blokjes.
2
Doe de avocado in een mengkom en besprenkel met het sap van een halve limoen, een snufje zout en peper. Hak wat bieslook fijn en roer het samen met een lepeltje grove mosterd door elkaar. Proef. Meng in een klein bakje ook nog een beetje limoensap met mosterd, olijfolie, zout en peper. Dit is de dressing om straks over het gerecht te druppelen.
3
Probeer de gekookte bieten in zo dun mogelijke plakjes te snijden. Met een koksmes is dat een flinke uitdaging maar met een keukenschaaf of kaasschaaf gaat het vaak makkelijker. Probeer kleine bietjes te kiezen.
4
Verdeel de bietencarpaccio dakpansgewijs over de borden. Gebruik een ronde vorm om de avocado-tartaar op de carpaccio te leggen. Besprenkel met de dressing. Garneer het gerecht met granaatappel pitjes, stukjes pecannoten en eventueel eetbare bloemblaadjes.